42F6 De prestaties van de hoortoestellen van uw kind controleren | Phonak

De prestaties van het hoortoestel controleren

Omdat uw baby u niet kan vertellen of de hoortoestellen correct werken, moet u de prestaties zelf controleren. U wordt geadviseerd de toestellen telkens aan het einde van de dag te controleren zodat u zeker weet dat ze gereed zijn voor gebruik wanneer uw baby de volgende dag wakker wordt. Met deze checklist kunt u de controles snel en efficiënt uitvoeren

Hoortoestellen

  • Gebruik een batterijtester om te controleren of de batterij helemaal is opgeladen, en vervang altijd batterijen die bijna leeg zijn.
  • Wanneer het oorstukje op het hoortoestel is aangesloten, gebruikt u een luisterhulp of luisterstethoscoop om elk toestel en elke combinatie van toestellen die uw baby gebruikt, te beluisteren. Als uw baby bijvoorbeeld meerdere programma's/geheugens of een FM-systeem gebruikt, beluister dan elk afzonderlijk om te controleren of het signaal helder en niet vervormd is. Als u thuis een FM-systeem gebruikt, plaatst u de FM-microfoon/-zender dicht bij de radio of tv. Luister naar het signaal terwijl u naar verschillende plekken van het huis gaat, om op interferentie te controleren. Naarmate uw kind ouder wordt en ook de telefoon gaat gebruiken, zult u ook dat signaal willen controleren.
    Opmerking: als uw kind ernstig of zeer ernstig gehoorverlies heeft, is het misschien verstandig om het volume lager te zetten voordat u de luistercontrole uitvoert.
  • De volumeregelaar op Phonak-toestellen kan worden uitgeschakeld of afgedekt om te voorkomen dat deze per ongeluk wordt ontregeld. Als deze om wat voor reden dan ook niet is uitgeschakeld, controleer dan of de volumeregelaar is ingesteld volgens de aanbevelingen van uw audioloog.

Oorstukjes

  • Controleer of de opening naar het gehoorganggedeelte van het oorstukje geen oorsmeer bevat. Als er oorsmeer zit, kunt u dit met een vochtige doek wegvegen of met een oorsmeerhaakje of borsteltje verwijderen. Als de oorstukjes zichtbaar vies zijn, kunt u ze schoonmaken met een vochtige doek. Let erop dat de hoortoestellen niet nat worden.
  • Controleer of het slangetje van het oorstukje vochtvrij is; als een druppel water het slangetje blokkeert, kan er geen geluid doorheen. Als u vocht waarneemt, maak dan het oorstukje los van het hoortoestel en gebruik een luchtblazer om het te drogen. Als het oorstukje een ventilatieopening heeft, blaas daar dan ook lucht doorheen.
  • Kijk goed of het oorstukje en slangetje niet beschadigd zijn; dit kan leiden tot feedback (fluit- of pieptonen). De audioloog kan een beschadigd slangetje eenvoudig vervangen. Een gescheurd oorstukje moet worden vervangen.

Onderhoudsbrochure

0